ECLI:NL:RBDHA:2016:10992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak medeplegen diefstal en pintransacties met gestolen pinpas
Verdachte werd verdacht van medeplegen van diefstal van een pinpas met pincode uit een kinderdagverblijf en medeplegen van het verrichten van pintransacties met de gestolen pinpas. Subsidiair werd medeplichtigheid aan deze feiten betwist. De rechtbank hield op 29 augustus 2016 een terechtzitting waarin de officier van justitie en de verdediging hun standpunten presenteerden.
De officier van justitie stelde dat verdachte een sleutelrol had bij de diefstal en de daaropvolgende pintransacties, onder meer omdat haar telefoon een zendmast nabij het kinderdagverblijf had aangestraald en zij haar auto ter beschikking had gesteld voor de pintransacties. De verdediging ontkende elke betrokkenheid en betoogde dat het bewijs onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen waren dat verdachte betrokken was, het bewijs niet wettig en overtuigend was. Ook bleek dat anderen toegang hadden tot de sleutel en alarmcode en dat een medeverdachte had erkend de pintransacties te hebben verricht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank bepaalde dat verdachte en de benadeelde partij ieder hun eigen kosten dragen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 12 september 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.