ECLI:NL:RBDHA:2016:10638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico op vervolging
Eiser, afkomstig uit Teheran en Iraanse nationaliteit bezittend, vroeg asiel aan in Nederland vanwege vermeende vervolging na deelname aan een demonstratie in 2009 en zijn bekering tot het christendom.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging had. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van het dossier en de zitting.
De rechtbank acht de verklaringen van eiser over zijn strafrechtelijke veroordeling, de omstandigheden van zijn detentie, de meldplicht, onderduiken, de inval in het ouderlijk huis en zijn bekering ongeloofwaardig. Ook het ontbreken van documenten ter onderbouwing en het feit dat zijn moeder zonder problemen naar Iran is teruggekeerd, wegen mee.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar Iran een reëel risico inhoudt zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en ontbreken van een reëel risico op vervolging.