Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de vrouw] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2016.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1953, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging in het kader van nareis, nadat haar dochter asiel had gekregen in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de definitie van gezinslid in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, aangezien de dochter meerderjarig was.
De rechtbank onderzocht of eiseres aanspraak kon maken op de facultatieve bepalingen van Richtlijn 2003/86/EG, met name artikel 10, tweede lid, dat gezinshereniging van niet-standaard gezinsleden toestaat. De rechtbank concludeerde dat deze bepaling niet is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en dat de aanvraag daarom niet onder de Richtlijn valt.
Verder faalde het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU, omdat de systematiek van de Vreemdelingenwet een strikte scheiding maakt tussen asiel en regulier verblijf en de situatie van eiseres niet binnen het toepassingsgebied van het Handvest valt.
Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat verweerder op goede gronden het bezwaar kennelijk ongegrond achtte en daarom van het horen kon afzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel wordt ongegrond verklaard.