ECLI:NL:RBDHA:2016:1049
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, een Turkse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige bij een eenmanszaak. De aanvraag van 13 oktober 2015 werd afgewezen, net als een eerdere aanvraag van 7 december 2014. Het bezwaar tegen de eerdere afwijzing werd ongegrond verklaard en het beroepschrift tegen het laatste besluit is nog in behandeling.
De voorzieningenrechter beoordeelt of de aanvraag van 13 oktober 2015 nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat die het eerdere besluit kunnen wijzigen. De overgelegde stukken, waaronder een ondernemingsplan en facturen, zijn grotendeels identiek aan eerdere stukken of onvoldoende om het besluit te herzien. Met name ontbreekt een marktanalyse en is het financiële plan onvoldoende onderbouwd met objectieve gegevens.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat sprake is van vergelijkbare gevallen of dat dezelfde stukken in andere zaken wel tot een ander oordeel leidden. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en laat de proceskostenveroordeling achterwege.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.