Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- heeft verdachte de vier auto’s (samen met anderen) gestolen, dan wel heeft hij geweten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze auto’s gestolen waren toen hij de auto’s verwierf of voorhanden kreeg;
- is er sprake geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met het oogmerk tot het plegen van dergelijke misdrijven en heeft verdachte daaraan deelgenomen;
- is het geldbedrag van 5000 euro afkomstig uit enig misdrijf en is er, in het geval van opbrengsten uit eigen misdrijf, sprake geweest van een verhullingshandeling;
- heeft verdachte in Nederland verbleven, terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard of terwijl tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd.
“Ik wist dit he, ik had dit kunnen weten, kijk hij komt nu. Problemen dit he, heb je nog gevraagd voor die kenteken of het goed was ja of nee?”. Daarop werden beide auto’s aangehouden en bleken [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de blauwe Mercedes te zitten en [medeverdachte 2] in de Renault Captur. [2]
Captur met kenteken [kenteken 1]) heeft verworven terwijl hij ten tijde van het verwerven van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
envoorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
6 (ZES) MAANDEN;
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding.