ECLI:NL:RBDHA:2016:10425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen definitieve huurtoeslag terugvordering wegens termijnoverschrijding
Eiser ontving een besluit van 8 december 2010 over de definitieve vaststelling van huurtoeslag en terugvordering van teveel ontvangen voorschotten. Dit besluit werd pas op 30 september 2015 aan eiser bekend gemaakt, waarna hij op 11 december 2015 bezwaar maakte, buiten de wettelijke termijn van zes weken.
Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond, maar de rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet tijdig is ingediend en dat eiser geen reden heeft gegeven voor de termijnoverschrijding. Daarom had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, waarbij deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Tevens wordt het door eiser betaalde griffierecht aan hem vergoed.
Eiser verscheen niet op de zitting, ondanks tijdige uitnodiging, en een verzoek tot heropening van het onderzoek wegens verblijf in een Penitentiaire Inrichting werd afgewezen. De rechtbank benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om zijn post tijdens afwezigheid te beheren.
De uitspraak is gedaan door rechter E.I. Batelaan-Boomsma op 25 augustus 2016 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder geldige reden en de beslissing op bezwaar is vernietigd.