ECLI:NL:RBDHA:2016:10348
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en bekering
De eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel maar zijn aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld waarbij hij werd bijgestaan door zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was. Eiser kon onvoldoende concreet maken welke geheime informatie hij had doorgespeeld, wat de motieven waren en wie er bij betrokken waren. Ook de verklaring van buren in Iran kon niet overtuigen vanwege gebrek aan bewijs van authenticiteit en inconsistenties. Daarnaast werd het geloofwaardig zijn van zijn bekering tot het christendom betwijfeld, omdat eiser geen overtuigende toelichting gaf over zijn bekering en het geloofsproces.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Iran gevaar loopt vanwege het doorspelen van informatie of zijn geloof. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de Iraanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en niet-geloofwaardige bekering.