ECLI:NL:RBDHA:2015:9695
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot tijdelijke strafonderbreking wegens bestaande bijzondere rechtsgang
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en ondergaat deze in een penitentiaire inrichting. Vanwege ernstige medische problemen, waaronder hypertensie en aneurysma, verzocht hij om tijdelijke strafonderbreking om medische behandeling in een ziekenhuis voort te zetten.
De behandelend artsen stelden dat detentie de gezondheid van eiser ernstig kan schaden. Eiser heeft een verzoek tot strafonderbreking ingediend bij de Staatssecretaris, dat werd afgewezen. Vervolgens heeft hij beroep ingesteld bij de RSJ en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om de tenuitvoerlegging van de straf op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de civiele rechter niet bevoegd is om in deze zaak te beslissen, omdat de bijzondere rechtsgang via de RSJ een voldoende waarborg biedt en de RSJ een spoedprocedure hanteert. Daarom is eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tijdelijke strafonderbreking. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot tijdelijke strafonderbreking en veroordeeld in de proceskosten.