ECLI:NL:RBDHA:2015:9658

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2015
Publicatiedatum
14 augustus 2015
Zaaknummer
15/14448 en 15/14446
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Verordening 604/2013Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep en voorlopige voorziening in Dublin-zaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht volgens de Dublinverordening. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de Franse autoriteiten inderdaad verantwoordelijk zijn voor de asielaanvraag, aangezien eiseres gebruik heeft gemaakt van een door Frankrijk afgegeven visum. Het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, vanwege het feit dat eiseres slachtoffer zou zijn van mensenhandel, wordt niet gegrond verklaard.

De rechter stelt dat de staatssecretaris niet verplicht was de aanvraag aan zich te trekken en dat eiseres, indien zij nader onderzoek wenst, aangifte moet doen en haar asielaanvraag moet intrekken om opschorting van overdracht te bewerkstelligen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 15/14448 (verzoek) en 15/14446 (beroep)
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 13 augustus 2015 in de zaak tussen
[naam], eiseres,
gemachtigde: mr. drs. R.E.J.M. van den Toorn,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling ervan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening die ertoe strekt dat uitzetting achterwege blijft hangende het beroep.
Het verzoek is op zitting behandeld op 13 augustus 2015. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. Aangezien nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zal ook op het beroep worden beslist. Daartoe wordt als volgt overwogen.
2. Nu het bestreden besluit dateert van na 20 juli 2015, is de gewijzigde Vreemdelingenwet 2000 van toepassing.
3. Niet in geschil is dat de Franse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het verzoek van eiseres om internationale bescherming omdat eiseres gebruik heeft gemaakt van een door Frankrijk afgegeven visum.
4. De voorzieningenrechter maakt uit de beroepsgronden van eiseres op dat zij stelt dat verweerder het verzoek om internationale bescherming aan zich moet trekken wegens een samenstel van factoren, waaronder dat eiseres slachtoffer is van mensenhandel. De voorzieningenrechter vat dit op als een beroep op artikel 17 van Pro Verordening 604/2013 (de Dublinverordening).
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder de kwestie van de mogelijke mensenhandel en de geuite wens om daarvan aangifte te doen, niet heeft hoeven aanmerken als een zodanig bijzondere omstandigheid is dat verweerder de asielaanvraag, met toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, aan zich had moeten trekken.
6. Indien eiseres nader onderzoek van de Nederlandse autoriteiten wenst inzake mensenhandel, ligt het op haar weg om daarvan aangifte te doen, haar asielaanvraag in te trekken en aldus opschorting van de overdracht aan Frankrijk te bereiken.
7. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2015.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.