ECLI:NL:RBDHA:2015:9595
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit legesbedrag verblijfsaanvraag wegens onvoldoende motivering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin een legesbedrag van €861 werd geheven voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf en een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.
De rechtbank overweegt dat het door verweerder gehanteerde legesbedrag niet inzichtelijk is gerelateerd aan de kostprijs van de behandeling van de aanvraag van eiser. De overgelegde stukken zien op kosten uit 2011, vóór de invoering van de Wet modern migratiebeleid, die een vereenvoudiging en daarmee lagere kosten beoogt. Verweerder erkende dit tijdens de zitting. Daarnaast betreft de genoemde kostendekkendheid een gemiddelde van alle reguliere aanvragen en niet specifiek die van eiser.
Gelet hierop is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot heffing van leges van €861 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.