ECLI:NL:RBDHA:2015:9533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken dienstweigeraars uit Oekraïne wegens ontbreken vluchtelingenstatus
Eisers, beiden Oekraïense staatsburgers, dienden asielaanvragen in na een oproep voor militaire dienst die zij niet wilden opvolgen vanwege morele bezwaren en de angst om tegen hun eigen bevolking te moeten vechten. Verweerder wees de aanvragen af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat dienstweigering geen vluchtelingenstatus rechtvaardigt.
De rechtbank overwoog dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer waarschijnlijk opnieuw zal worden opgeroepen voor militaire dienst. De vraag was vervolgens of diens weigering aan de voorwaarden voldoet die in het beleid zijn gesteld voor het verkrijgen van asiel op grond van dienstweigering, mede in het licht van het Shepherd-arrest van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren had zoals vereist, noch dat hij een reëel risico liep op onevenredige of discriminerende bestraffing. Ook was onvoldoende aannemelijk dat hij zou worden ingezet in een militair conflict met oorlogsmisdrijven. Daarom kon geen verblijfsvergunning asiel worden toegekend.
De beroepen van beide eisers werden ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en hun asielaanvragen afgewezen.