Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- verklaart het beroep tegen de beëindiging van opvang en overige verstrekkingen ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Afghaanse vreemdeling wiens asielaanvraag in 2012 is afgewezen, maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn opvang en verstrekkingen door het COA per 4 juni 2015. Hij beroept zich op zijn ernstige medische toestand en een lopende artikel 64-procedure voor uitstel van vertrek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beëindiging van opvang een besluit is waartegen beroep openstaat, en kwalificeert het bezwaar als beroep. Verzoeker valt niet onder de categorieën die recht geven op opvang volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005, en er is geen sprake van een acute medische noodsituatie die opvang rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet afhankelijk is van de opvang voor noodzakelijke medische zorg, die ook zonder rechtmatig verblijf wordt verstrekt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep tegen de beëindiging van opvang en verstrekkingen wordt ongegrond verklaard.