ECLI:NL:RBDHA:2015:9231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen voortzetting bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Bangladesh
Eiser, van Bangladeshse nationaliteit, is op 30 april 2015 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontnemende maatregel en vordert opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelt of het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is. Eiser stelt dat de autoriteiten van Bangladesh sinds 2009 geen laissez passers (lp) afgeven, waardoor geen zicht op uitzetting bestaat. Verweerder betoogt dat wel presentaties plaatsvinden en dat bij medewerking van de vreemdeling documenten kunnen worden verkregen, waardoor zicht op uitzetting aanwezig is.
De rechtbank overweegt dat eiser niet actief meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, maar dat de autoriteiten van Bangladesh sinds 2009 geen lp hebben afgegeven. Verweerder kon niet aantonen dat bij medewerking lp's worden verstrekt. Daarom ontbreekt zicht op uitzetting en is het voortduren van de bewaring sinds 30 juni 2015 niet langer gerechtvaardigd.
De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring, kent een schadevergoeding toe van €1440 voor de duur van de vrijheidsontneming en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bewaring onmiddellijk opgeheven en schadevergoeding toegekend.