ECLI:NL:RBDHA:2015:8853
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitzetting van verzoeksters tot beslissing voorlopige voorziening in asielzaak
Drie Chinese verzoeksters hebben een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 20 maart 2015 zijn afgewezen. Verzoeksters stelden beroep in en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank constateerde dat het recht op opvang van verzoeksters eindigt op 17 april 2015, terwijl de mondelinge behandeling van hun verzoeken pas op 23 april 2015 plaatsvindt. Hierdoor zou hun opvang eindigen voordat de voorlopige voorziening is beslist, wat voor verzoeksters onaanvaardbaar is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeksters bij continuering van opvang zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris. Daarom werd een ordemaatregel getroffen die uitzetting verbiedt tot de voorlopige voorziening is beslist, zodat de opvang kan worden voortgezet.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.W.S. de Groot op 17 april 2015 te Haarlem. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeksters tot de voorlopige voorziening is beslist, zodat hun opvang kan worden voortgezet.