ECLI:NL:RBDHA:2015:8847
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens toekomstige dienstweigering en onvoldoende bewijs discriminatoire bestraffing
Verzoeker, een 19-jarige Turkse Koerd met Armeense voorouders, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn voornemen om militaire dienstplicht te weigeren. Hij stelde dat hij vanwege zijn afkomst en politieke situatie in Turkije een onevenredige of discriminatoire bestraffing zou ondergaan. Verweerder wees het verzoek af, stellende dat verzoeker nog niet als dienstweigeraar kan worden aangemerkt en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt.
Tijdens de zitting werd het subsidiaire standpunt van verweerder beoordeeld, dat ook bij toekomstige dienstweigering geen verblijfsvergunning toekomt. Verzoeker kon onvoldoende onderbouwen dat zijn familieleden, buiten het kerngezin, in negatieve aandacht staan van Turkse autoriteiten, noch dat hij daardoor zelf risico loopt. Zijn gewetensbezwaren werden niet geloofwaardig geacht, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over zijn sympathie voor de PKK.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een onevenredige of discriminatoire bestraffing zal ondergaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.