Eiseres diende in 2007 een aanvraag kinderopvangtoeslag in voor 2007 en volgende jaren. De Belastingdienst kende voorschotten toe en vroeg in 2009 om informatie, waarop eiseres reageerde. Echter, pas in 2013 werd opnieuw om aanvullende gegevens gevraagd, waardoor de definitieve vaststelling van de toeslag pas in 2014 plaatsvond, ruim na het verstrijken van de wettelijke vijfjaarstermijn voor herziening.
Eiseres verzocht in september 2014 om herziening van de toeslag over 2008, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het te laat was ingediend. De rechtbank stelde vast dat de overschrijding van de termijn geheel te wijten was aan de handelwijze van verweerder, die naliet tijdig de toeslag definitief vast te stellen en onvoldoende communiceerde.
Daarom oordeelde de rechtbank dat verweerder het verzoek om herziening moet behandelen alsof het tijdig was ingediend. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Proceskosten werden niet toegewezen.