ECLI:NL:RBDHA:2015:8687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering sociale en economische binding
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit bezittende persoon, verzocht om een visum kort verblijf voor vakantie en bezoek aan zijn partner in Nederland. Na een eerste afwijzing en vernietiging van het bezwaar door de rechtbank wegens schending van Awb-artikelen, werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard door verweerder. De kern van het geschil betrof het ontbreken van een sociale en economische binding met Gambia, waardoor terugkeer niet voldoende gewaarborgd zou zijn.
De rechtbank beoordeelde de overgelegde stukken, waaronder eigendomsbewijs van grond, werkgeversverklaringen en informatie over een eigen bedrijf, en concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser geen sociale binding met Gambia zou hebben. Ook werd de economische binding voldoende aannemelijk geacht, mede door toelichting dat loonbetalingen in Gambia contant plaatsvinden en door bewijs van een eigen lasbedrijf.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van het visum wordt vernietigd.