ECLI:NL:RBDHA:2015:8646
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conservatoir beslag in ontnemingsprocedure na veroordeling Opiumwet
Klager heeft bij arrest van het gerechtshof Den Haag een veroordeling gekregen wegens overtreding van artikel 3 onder Pro B juncto artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet, met betrekking tot het vervoeren van grote hoeveelheden hennep. De verdediging stelde dat de beslaglegging onrechtmatig is omdat de veroordeling geen feit betreft dat met een geldboete van de vijfde categorie wordt bedreigd. De rechtbank oordeelt echter dat het hof kennelijk een misslag heeft gemaakt door de zinsnede 'grote hoeveelheid' in de bewezenverklaring door te strepen, maar dat uit de strafmotivering en bewijsmiddelen blijkt dat klager veroordeeld is voor het vervoeren van meer dan 500 gram hennep, wat valt onder de vijfde categorie boete.
De rechtbank stelt vast dat het conservatoir beslag op grond van artikel 94a Sv rechtmatig is en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een ontnemingsmaatregel zal worden opgelegd. Ook acht de rechtbank het beslag niet disproportioneel gezien de belangen van het openbaar ministerie bij het zekerstellen van verhaal. De subsidiaire klacht over disproportionaliteit wordt verworpen.
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en handhaaft het conservatoir beslag. De beschikking is uitgesproken door de raadkamer van de rechtbank Den Haag op 22 juli 2015.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het conservatoir beslag wordt ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd.