ECLI:NL:RBDHA:2015:8192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning asiel Libische vreemdeling
Eiser, een Libische vreemdeling, had in 2008 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen. In 2014 heeft de staatssecretaris deze vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege een ingrijpende en niet voorbijgaande wijziging van omstandigheden in Libië na de regimewissel. Tevens werd zijn aanvraag tot verlenging en tot een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen.
Eiser voerde aan dat de intrekking onterecht was en dat hij een veiligheidsrisico liep bij terugkeer vanwege zijn familiebanden en stamloyaliteit. Hij stelde dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel waren geschonden en dat er sprake was van willekeur. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat de grond voor de vergunning was vervallen en dat er geen sprake was van strijd met genoemde beginselen.
Ook werd geoordeeld dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van zijn identiteit en reisroute, waardoor het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had. De stellingen over veiligheidsrisico's vanwege familie en stam werden onvoldoende onderbouwd met objectieve documenten. Daarnaast werd vastgesteld dat de veiligheidssituatie in Tripoli niet voldeed aan de uitzonderlijke omstandigheden die bescherming op grond van artikel 15c van de Definitierichtlijn rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking en afwijzing van de aanvragen terecht waren en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W. Ente op 16 juli 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel en de afwijzing van de verlengingsaanvraag is ongegrond verklaard.