Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
dat de werkinstructie (2007/13, geldig van 27 augustus 2007 tot 13 augustus 2010), voor zover hier van belang, het volgende vermeldt. Intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens kan niet meer plaatsvinden, indien sinds het tijdstip van eerste verlening een periode van twaalf jaar is verstreken. In dit geval bestaat op voorhand geen aanleiding voor een nadere beoordeling of onderzoeking. Als een vreemdeling vijf jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en inmiddels tenminste zeven jaar in het bezit is van zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd dus niet meer worden ingetrokken: sinds het eerste tijdstip van verlening is immers twaalf jaar verstreken.
niet in geschil is dat op 16 september 2007, twaalf jaren na de eerste statusverlening aan de vreemdelingen, verweerder bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel de in de werkinstructie neergelegde vaste gedragslijn hanteerde. Gelet op de tekst van de werkinstructie kon vanaf dat tijdstip de aan de vreemdelingen verleende verblijfsstatus niet meer worden ingetrokken. Toen vervolgens de werkinstructie met het in dit geval voor de vreemdelingen gunstige beleid werd afgeschaft, heeft de minister alsnog gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om de op grond van onjuiste gegevens verstrekte verblijfsvergunningen in te trekken. Kennelijk beoogde hij aldus met terugwerkende kracht eerder onaantastbaar geworden verblijfsvergunningen in te trekken. Dit is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het beginsel van rechtszekerheid en het beginsel dat het bij de vreemdelingen gewekt gerechtvaardigd vertrouwen dat die verblijfsvergunningen niet meer zouden worden ingetrokken niet mag worden geschonden.