Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
nietheeft gezien dat verdachte een scherp voorwerp in zijn hand had. Voorts heeft de raadsman naar voren gebracht dat [getuige 1] ook heeft gevochten met aangever, dat [getuige 1] direct na het incident over ‘steken’ heeft verklaard en dat op schermafdrukken in het dossier te zien is dat [getuige 1] met zijn handen rond het middel van aangever komt, terwijl van verdachte alleen wordt gezegd dat hij een zwaaiende beweging richting het hoofd maakte.
hijruzie heeft gehad met aangever en dat niemand anders dan hijzelf aan aangever heeft gezeten. Hij heeft verklaard dat [getuige 1] aan hem trok om hem weg te houden bij aangever, maar dat hij niet heeft gezien dat [getuige 1] aangever heeft aangeraakt. [9] Verdachte heeft ontkend dat hij een mes of ander scherp voorwerp bij zich had en dat hij aangever heeft gestoken. Ook heeft hij niemand anders aangever zien steken. Ter terechtzitting heeft verdachte tot slot verklaard dat getuige [getuige 4] op ongeveer tien meter afstand van hem en aangever stond en zij loog toen zij verklaarde dat zij op zeer korte afstand van hen stond.
verdachtes, nabijheid bevindende [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9. De beslissing
30 (DERTIG) MAANDEN;
6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
35 dagen;