Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging. De aanvraag betrof een pleegkind dat feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de hoofdpersoon met verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden door het bezwaar van eiser zonder voldoende motivering kennelijk ongegrond te verklaren, terwijl eiser gemotiveerd en onderbouwd verweer voerde tegen de gestelde tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. Ook is onvoldoende ingegaan op de overgelegde psychologische rapporten en getuigenverklaringen.
De rechtbank constateert dat het bestreden besluit niet voldoet aan de vereisten van artikel 7:2 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vernietigt het besluit. Er wordt geen toepassing gegeven aan de bestuurlijke lus, omdat een nadere uitwisseling van standpunten nog mogelijk is. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 980 en het betaalde griffierecht van € 165 aan eiser. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.