ECLI:NL:RBDHA:2015:7792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerende-zaakbelastingen
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelt dat deze te hoog is vastgesteld op €211.000, terwijl hij een waarde van €207.000 bepleit. Hij voert aan dat de vergelijkingsmethode onjuist is toegepast en dat verweerder onvoldoende openheid heeft gegeven over de waardebepaling, met name omtrent secundaire objectkenmerken.
Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde van de woning is vastgesteld op €211.000, gebaseerd op een systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat in het taxatierapport en de waardematrix rekening is gehouden met verschillen in inhoud, kaveloppervlakte, kwaliteit en bouwjaar.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de door eiser aangedragen vergelijkingsobjecten niet geschikt zijn en de verstrekte taxatiekaart voldoet aan de wettelijke vereisten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Dirks op 2 juli 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerende-zaakbelastingen wordt ongegrond verklaard.