Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
Tegen niemand.
Ja en toen pas ik naar bed ging, had ik ‘t gelukkig nog verteld.
Omdat ‘t hartstikke pijn deed toen ik ging plassen naar eh op de wc, toen deed ‘t hartstikke pijn.
: Ehm niks meer.
En ik naar bed ging wel weer.
Ik ging plassen, toen deed het pijn.
M’n vader zat erbij.
Niemand.
M’n moeder wilt het altijd nog dat ik het weet.
M’n moeder zegt altijd, weet je nog wat er is gebeurd? Dan zeg, geef ik ’t antwoord. En dan zeg ik waarom moet ik het nog een keer zeggen? Dan zegt ze, omdat ehm ehm ehm dan…