Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een staatloos Palestijn uit Gaza, vordert een verblijfsvergunning asiel, nadat zijn aanvraag op 22 december 2014 is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van zijn asielrelaas. Hij stelt te vrezen voor vervolging door een rivaliserende familie en Hamas, mede vanwege een schietincident in 2012 waarbij hij gewond raakte.
De rechtbank beoordeelt dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd, waaronder het ontbreken van het rapport van aangifte van het schietincident, ondanks eerdere toezeggingen dit aan te leveren. De verklaringen van verzoeker over zijn vertrek uit Gaza en zijn psychische toestand worden niet geloofwaardig geacht vanwege gebrek aan medische onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat de nieuwe integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, ingevoerd per 1 januari 2015, geen materiële wijziging van het recht inhoudt en daarom niet van toepassing is op de beoordeling van het bestreden besluit. Verzoeker krijgt geen voorlopige voorziening toegewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.