ECLI:NL:RBDHA:2015:6868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens beschermingsalternatief Zuid-Korea bij Noord-Koreaanse nationaliteit
Eiseres, afkomstig uit Noord-Korea, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat zij zich kan beroepen op de Zuid-Koreaanse nationaliteit, die zij van rechtswege bezit. De rechtbank oordeelt dat het beschermingsalternatief Zuid-Korea terecht is tegengeworpen, ondanks dat eiseres eerst een veiligheidsonderzoek moet ondergaan bij binnenkomst in Zuid-Korea.
Eiseres stelde dat de uitkomst van het veiligheidsonderzoek moet worden afgewacht omdat zij mogelijk geen bescherming krijgt van Zuid-Korea. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar de jurisprudentie van de Raad van State en de Zuid-Koreaanse Nationality Act, waaruit blijkt dat zij automatisch de Zuid-Koreaanse nationaliteit bezit.
De rechtbank acht het niet nodig om de uitkomst van het veiligheidsonderzoek af te wachten en wijst het beroep af. Ook de bezwaren van eiseres over haar leeftijd en vermeende risico’s in Zuid-Korea worden verworpen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het beschermingsalternatief Zuid-Korea.