Uitspraak
15.Het beroep is ongegrond.
16.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Nepal en behorend tot de Dalit kaste, diende een asielaanvraag in met onderbouwing van mishandeling en bedreiging vanwege zijn relatie met een meisje uit een hogere kaste. Hij overhandigde diverse documenten ter ondersteuning van zijn verhaal.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het Bureau Documenten concludeerde dat de documenten waarschijnlijk niet authentiek waren of niet met zekerheid als zodanig konden worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van de juistheid van dit deskundigenadvies mocht uitgaan, omdat eiser geen concrete aanwijzingen gaf die dit in twijfel konden trekken.
De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas innerlijk consistent moest zijn en stroken met de situatie in Nepal. De documenten en verklaringen vertoonden afwijkingen en bevreemdden inhoudelijk, waardoor het relaas ongeloofwaardig werd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en twijfelachtige authenticiteit van de documenten.