Uitspraak
Gezag, omgangs-/zorgregeling en alimentatie
Beschikking op het op 4 juni 2013 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
[de man],
[de man],
[de vrouw],
Procedure
Verzoek en verweer
Beoordeling
€ 9,--,
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om een omgangsregeling en een wijziging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind. Ondanks dat de moeder bezwaar maakte en de vader beschuldigde van misbruik, stelde de rechtbank een omgangsregeling vast conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De omgang vindt plaats op woensdagmiddag en om de veertien dagen in het weekend, inclusief overnachtingen tijdens de herfstvakantie.
De moeder maakte bezwaar tegen de omgang vanwege vermeend misbruik, maar de rechtbank vond op basis van uitgebreid onderzoek, waaronder gesprekken met school, zedenpolitie en gezinsvoogd, geen aanwijzingen voor misbruik. Wel werd erkend dat de relatie tussen de ouders ernstig verstoord is, wat spanningen bij overdracht veroorzaakt. De rechtbank stelde daarom voor dat een derde bij de overdracht aanwezig is.
Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag werd afgewezen omdat het risico bestond dat het kind klem zou raken tussen de ouders en geen verbetering in de verstandhouding te verwachten was. Tevens werd de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding aangepast aan de gewijzigde omstandigheden en nieuwe richtlijnen, waarbij rekening werd gehouden met het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en het kindgebonden budget. De bijdrage werd vastgesteld op € 396 per maand vanaf 1 januari 2015.
Uitkomst: Omgangsregeling toegewezen conform advies Raad voor de Kinderbescherming, gezamenlijk gezag afgewezen, bijdrage verzorging en opvoeding vastgesteld op € 396 per maand.