ECLI:NL:RBDHA:2015:5730
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek familierechter in omgangs- en alimentatiezaak
In deze civiele procedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de familierechter die betrokken was bij een zaak over omgangsregeling en kinderalimentatie. Verzoekster stelde dat de rechter partijdig was, het drugsgebruik van de wederpartij bagatelliseerde, haar onheus bejegende en dat de rechter zijn irritatie op haar afreageerde.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de zittingsaantekeningen en de standpunten van partijen. De rechter ontkende de beschuldigingen en stelde dat hij het beginsel van hoor en wederhoor had toegepast en dat hij voldoende kennis had over het drugsgebruik. De kamer concludeerde dat de door verzoekster geschetste situatie niet uit de zittingsaantekeningen bleek en dat de rechter niet onheus had gehandeld.
Hoewel de zitting aan het einde niet prettig verliep en de communicatie stroef was, was dit onvoldoende om de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. De wrakingskamer oordeelde dat de rechter vermoedelijk onpartijdig was en dat de schijn van partijdigheid niet objectief was aangetoond.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de familierechter wordt afgewezen wegens onvoldoende objectieve rechtvaardiging van vrees voor partijdigheid.