ECLI:NL:RBDHA:2015:5046

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2015
Publicatiedatum
1 mei 2015
Zaaknummer
09-994522-14; 09-994523-14; 09-994524-14 en 09-994527-14 (onderbewindstelling)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Wet op de economische delictenArt. 1 Wet op de economische delictenArt. 2 Wet op de economische delictenArt. 96 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 39 Regeling identificatie en registratie van dieren
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige onderbewindstelling onderneming wegens overtreding dierenwelzijnswet

De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte, geboren in 1971, die werd verdacht van meervoudige opzettelijke overtredingen van voorschriften uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De terechtzittingen vonden plaats op 18 november 2014, 6 januari 2015 en 14 april 2015, waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn raadsman.

Uit het vonnis blijkt dat de verboden toestand voortduurt en dat verdachte, ondanks ruime mogelijkheden, nalatig is gebleven om hieraan vrijwillig een einde te maken. Gezien de ernst van de bezwaren en de belangen die door het overtreden voorschrift worden beschermd, acht de rechtbank een onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk.

Daarom beveelt de rechtbank als voorlopige maatregel de onderbewindstelling van de onderneming van verdachte, waarin het economische delict vermoedelijk is gepleegd. Tevens wordt een bewindvoerder benoemd met een vergoeding vastgesteld op maximaal € 4.458,85. De beslissing is genomen op 28 april 2015 door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de voorlopige onderbewindstelling van de onderneming van verdachte wegens meervoudige opzettelijke overtredingen van dierenwelzijnsvoorschriften.

Uitspraak

Rechtbank den haag
Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Parketnummers 09/994522-14; 09/994523-14; 09/994524-14 en 09/994527-14 (gev. ttz)

Voorlopige maatregel ex artikel 29 Wet Pro op de economische delicten

Ambtshalve beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in economische strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
BRP-adres: [adres 1] te [woonplaats].

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 november 2014, 6 januari 2015 en 14 april 2015.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. P.J. Hoogendam, advocaat te Den Haag, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Overwegingen

Bij vonnis van deze rechtbank, rechtdoende in economische strafzaken, van heden is verdachte veroordeeld ter zake van, onder meer, opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd. Tevens volgt uit dat vonnis dat de verboden toestand voortduurt en dat verdachte, hoewel hem daartoe ampele mogelijkheden zijn geboden, in gebreke blijft daaraan (vrijwillig) een einde te maken.
De rechtbank overweegt dat derhalve tegen verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd een onmiddellijk ingrijpen vereisen.
De rechtbank zal daarom ambtshalve als voorlopige maatregel bevelen de onderbewindstelling van de onderneming van de verdachte waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan.
De rechtbank heeft gelet op artikel 1, 2 en 29 van de Wet op de economische delicten, art. 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en art. 39 en Pro 40 van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Beslissing.

De rechtbank,
beveelt als voorlopige maatregel, als bedoeld in artikel 29 van Pro de Wet op de economische delicten, met ingang van heden:
de
onderbewindstelling van de ondernemingvan
[verdachte]voornoemd, en benoemt tot bewindvoerder:
[Bewindvoerder], gevestigd [adres 2];
stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast overeenkomstig de op 10 april 2015 uitgebrachte offerte met een maximum van € 4.458,85.
Deze voorlopige maatregel is gegeven door
mr. E. Rabbie, voorzitter,
mr. M.F. Baaij, rechter,
mr. C.W. de Wit, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 april 2015.