ECLI:NL:RBDHA:2015:4948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel vreemdelingenbewaring wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek
Eiser werd op 6 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld, waarna hij op 10 april 2015 beroep instelde tegen deze maatregel. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot bewaring niet voldeed aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi, omdat de noodzakelijke schriftelijke motivering en belangenafweging ontbraken. Verweerder had niet uitdrukkelijk beoordeeld of bijzondere persoonlijke omstandigheden van eiser de maatregel onevenredig maakten, waardoor het aanvullend besluit van 17 april 2015 dit gebrek niet kon herstellen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet onder goede omstandigheden en met volledige kennis van zaken zijn rechten kon verdedigen, wat in strijd is met artikel 3:2 en Pro 3:46 Awb. Daarom werd de maatregel van bewaring onrechtmatig geacht vanaf het moment van oplegging en vernietigd. De rechtbank beval de onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
Daarnaast kende de rechtbank aan eiser een schadevergoeding toe van € 1.200,- voor 15 dagen verblijf in vreemdelingenbewaring, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 980,-. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos op 21 april 2015 te Haarlem.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt vernietigd en opgeheven met toekenning van schadevergoeding aan eiser.