ECLI:NL:RBDHA:2015:4906
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunning na Bibob-advies
Verzoekster, eigenaar van een horecagelegenheid sinds april 2014, kreeg op 1 april 2015 bericht dat haar drank- en horecavergunning en aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten per 1 mei 2015 werden ingetrokken. Dit besluit volgde op een negatief advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dat ernstige gevaren zag dat de vergunningen gebruikt zouden worden om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten en strafbare feiten te plegen.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter de intrekking voorlopig te schorsen. Zij betwistte de onderbouwing van het Bibob-advies, stelde dat openstaande vorderingen oninbaar waren of afgelost, en benadrukte haar financiële afhankelijkheid van het café.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan terecht op het Bibob-advies mocht vertrouwen, aangezien verzoekster onvoldoende bewijs leverde om het advies te weerleggen. De strafrechtelijke veroordelingen en het ontbreken van transparantie over de financiering van de overname versterkten de gegronde vrees. De belangenafweging viel in het nadeel van verzoekster uit, waarbij het algemeen belang zwaarder woog.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en bleef de intrekking van de vergunningen van kracht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.