ECLI:NL:RBDHA:2015:4659
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag van door Internationaal Strafhof vrijgesproken Congolese vreemdeling
Verzoeker, een Congolese vreemdeling die door het Internationaal Strafhof (ISH) is vrijgesproken, diende een herhaalde asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen en waartegen beroep werd ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De procedure omvatte een discussie over de toepasselijkheid van de Gesloten Verlengde Asielprocedure (GVA) versus de Algemene Asielprocedure (AA). Hoewel een hoorambtenaar aanvankelijk toezegde de zaak in de GVA te behandelen, werd deze toezegging later teruggedraaid vanwege het ontbreken van juridische grondslag. De rechtbank oordeelde dat deze terugdraaiing niet onzorgvuldig was en dat verzoeker niet onredelijk werd benadeeld.
Verzoeker voerde meerdere argumenten aan, waaronder nieuwe feiten (nova), de impact van zijn vrijspraak door het ISH, mogelijke risico's bij terugkeer naar de Democratische Republiek Congo (DRC), en vrees voor behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank concludeerde dat geen van deze argumenten een rechtens relevant novum vormde en dat de herhaalde asielaanvraag terecht in de AA werd behandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarbij werd vastgesteld dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan een andere beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.