ECLI:NL:RBDHA:2015:4654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Motiveringsgebrek bij oplegging maatregel van bewaring vreemdeling niet te repareren door aanvullend besluit
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 6 april 2015 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het besluit tot oplegging van deze maatregel wegens een motiveringsgebrek, met name het ontbreken van een belangenafweging, het niet vermelden van het niet toepassen van een lichter middel en het ontbreken van zicht op uitzetting.
De staatssecretaris overwoog dat het motiveringsgebrek kon worden hersteld door een aanvullend besluit, maar verweerder kon niet aantonen dat de belangenafweging ten tijde van de oplegging was gemaakt. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Hof van Justitie (Mahdi-arrest) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stellen dat de motivering bij oplegging zelf moet plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat eiser door het motiveringsgebrek niet in staat was zijn rechten adequaat te verdedigen en dat het aanvullend besluit niet aan eiser was uitgereikt omdat hij al was uitgezet. Het besluit tot bewaring was daardoor onrechtmatig vanaf het begin. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, kende een schadevergoeding toe van €770 en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege motiveringsgebrek, de maatregel van bewaring is onrechtmatig en eiser ontvangt een schadevergoeding van €770.