Uitspraak
Rechtbank den haag
Beslissing onderzoekswens
Beslissingen voorlopige hechtenis
voorlopige(juridische) waardering van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Rechtbank Den Haag
Op 14 april 2015 vond een pro-formazitting plaats in de zaken tegen drie verdachten die worden verdacht van betrokkenheid bij een criminele terroristische organisatie. De verdediging verzocht om het horen van Tweede Kamerlid A. Marcouch als getuige, vanwege informatie die een getuige van hem had vernomen over een lopend politieonderzoek. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek onvoldoende onderbouwd was en wees het af.
De rechtbank bevestigde tevens de voorlopige hechtenis van de verdachten. Er zijn ernstige bezwaren tegen hen, waaronder ronselen voor de gewapende strijd, opruiing tot terroristische misdrijven en deelname aan een terroristische organisatie. De rechtbank achtte het aannemelijk dat bij invrijheidstelling herhaling van strafbare feiten zou plaatsvinden en dat de rechtsorde ernstig is geschokt door de feiten.
De verdediging betoogde dat schorsing van de voorlopige hechtenis onder strikte voorwaarden mogelijk zou zijn, maar de rechtbank handhaafde de hechtenis gezien de maatschappelijke impact en het belang van de strafvordering. Ook het detentieregime op de Terroristen Afdeling en de visitaties werden besproken, waarbij de rechtbank erkende dat dit zwaar is, maar geen reden voor opheffing of schorsing van de hechtenis vormt.
De rechtbank ziet uit naar de uitkomst van een werkgroep die alternatieven onderzoekt voor het bezoekregime en benadrukt dat videoconferenties geen volwaardig alternatief zijn voor fysieke aanwezigheid in de rechtszaal. De verdediging kondigde aan het detentieregime juridisch te zullen aanvechten.
Uitkomst: Verzoek tot horen Tweede Kamerlid afgewezen en voorlopige hechtenis van verdachten gehandhaafd.