ECLI:NL:RBDHA:2015:4426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot beslissing over werkloosheidsuitkering bij gedeeltelijke werkloosheid in Zwitserland
Eiser was vanaf 1 april 2013 in voltijdse dienst bij een Zwitsers bedrijf en diende op 19 augustus 2013 een aanvraag in voor een WW-uitkering. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet volledig maar gedeeltelijk werkloos was, aangezien hij na 31 augustus 2013 nog één dag per week werkte. Eiser voerde aan dat hij volledig werkloos was omdat zijn contract was beëindigd en hij zonder loon doorwerkte.
De rechtbank stelde vast dat het dienstverband feitelijk was voortgezet met een vermindering van de arbeidsduur en dat de nabetaling van loon hieraan niets afdeed. Op grond van Europese regelgeving is dan Zwitserland bevoegd om over de uitkering te beslissen. Verweerder had pas op 7 januari 2014 definitieve informatie ontvangen en handelde daarna correct.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en wees erop dat hij tijdig had moeten melden dat zijn dienstverband was voortgezet. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat Zwitserland bevoegd is om over de WW-uitkering van eiser te beslissen.