ECLI:NL:RBDHA:2015:4400
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. B. Hammer, rechter in de rechtbank Den Haag, na een zitting op 8 januari 2015 waarin hij meende onvoldoende gelegenheid te hebben gekregen om zijn zaak toe te lichten. Het verzoek werd mondeling behandeld op 26 januari 2015, waarbij verzoeker zijn standpunten toelichtte en een aanvullend stuk overhandigde.
De rechter stelde dat verzoeker in eerste en tweede termijn voldoende gelegenheid had gekregen om zijn beroep toe te lichten en dat de zitting efficiënt was geleid om de orde te bewaren. De wrakingskamer oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren gebleken die twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter rechtvaardigen, ook niet gelet op de uiterlijke schijn.
Hoewel verzoeker tijdsdruk ervoer, was dit onvoldoende om te concluderen dat zijn recht op een eerlijk proces was geschonden. De wrakingskamer wees het verzoek af en besloot dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan feiten die onpartijdigheid in twijfel trekken.