ECLI:NL:RBDHA:2015:412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- G.A. Bouter-Rijksen
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens frauduleuze verkrijging en weigering beroep op familiebanden
Eisers, beiden van Chinese nationaliteit, hadden verblijfsvergunningen die door verweerder zijn ingetrokken wegens frauduleuze verkrijging. Dit volgde op het Bugibba-onderzoek waaruit bleek dat eisers en hun bedrijf betrokken waren bij een constructie om aan wettelijke voorwaarden te voldoen.
Verweerder stelde dat eiser bewust onjuiste gegevens had verstrekt, zoals een te hoog salaris, en dat het bedrijf niet de voorgespiegelde activiteiten uitvoerde. Eisers voerden aan dat er geen fraude was en dat zij niet strafrechtelijk vervolgd werden. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vergunningen frauduleus waren verkregen.
Eisers voerden ook aan dat intrekking in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege hun familiebanden in Nederland. De rechtbank concludeerde dat de dochters niet van eisers afhankelijk zijn en dat eisers zelf nog veel tijd in China doorbrengen, waardoor het beroep op het privéleven faalde.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de intrekking van de verblijfsvergunningen en het opgelegde inreisverbod van twee jaar. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunningen en het inreisverbod bevestigd.