ECLI:NL:RBDHA:2015:3325
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid ronseling en bedreigingen
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger, diende een asielaanvraag in waarin hij stelde te zijn geronseld voor de jihad en bedreigd door een contactpersoon. Verweerder beoordeelde drie relevante elementen: identiteit en nationaliteit, ronseling voor jihad en bedreigingen. Alleen het eerste element werd geloofwaardig geacht, de andere twee niet.
De rechtbank toetste of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de ronseling en bedreigingen ongeloofwaardig waren. Verzoeker kon onvoldoende concrete informatie geven over de ronselaar en diens organisatie, gaf tegenstrijdige verklaringen over belangrijke data en had zijn telefoonnummer van de ronselaar verwijderd. Ook de bedreigingen werden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede omdat verzoeker geen plausibele verklaring gaf voor zijn terugkeer naar Fes ondanks zijn vrees.
Verzoekers beroep op concentratieproblemen werd verworpen omdat hij tijdens het nader gehoor geen hinder daarvan toonde. De rechtbank concludeerde dat op basis van de ongeloofwaardigheid van de relevante elementen geen aanspraak op beschermingsgronden kon worden gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.