ECLI:NL:RBDHA:2015:3203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel wegens gunstige ontwikkeling veroordeelde
De rechtbank Den Haag behandelde de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een veroordeelde die was geplaatst in een inrichting voor jeugdigen wegens poging doodslag.
Uit het advies van gedragswetenschappers van het Forensisch Centrum Teylingereind bleek dat de veroordeelde alles uit de maatregel had gehaald en dat het recidiverisico met begeleiding en ondersteuning laag was. De veroordeelde vond zelf geen meerwaarde in verlenging en gaf aan zelfstandig te willen zijn met steun van zijn werkgever, die tevens mentor en pastor is.
De rechtbank oordeelde dat verlenging niet meer in het belang was van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde, mede gezien de protectieve factoren zoals zijn vriendin, dochtertje en woonruimte bij de tante van zijn vriendin.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot verlenging van de maatregel af en besloot dat de algemene veiligheid van personen geen verlenging meer eist.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af wegens onvoldoende belang bij verlenging.