ECLI:NL:RBDHA:2015:3155
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Alphen aan den Rijn om haar rijbewijs ongeldig te verklaren na intrekking van de verklaring van rijvaardigheid door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening en stelde vast dat het belang van verzoekster spoedeisend is vanwege de verstoring van haar leven door de ongeldigverklaring. Verweerder handelde op grond van artikel 124, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een dwingendrechtelijke bepaling die geen ruimte laat voor belangenafweging.
Hoewel verweerder onderzoek heeft verricht voorafgaand aan het besluit, is dit niet in het besluit vermeld, maar dit kan worden hersteld in het bezwaarproces. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit naar verwachting in stand zal blijven en dat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs is afgewezen.