ECLI:NL:RBDHA:2015:3154
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoekster heeft bij besluit van 12 februari 2015 haar rijbewijs ongeldig verklaard gekregen door de burgemeester van Alphen aan den Rijn, nadat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) haar verklaring van rijvaardigheid had ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 6 maart 2015 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het besluit van de burgemeester gebaseerd is op artikel 124, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een dwingendrechtelijke bepaling die geen ruimte laat voor een belangenafweging. Hoewel verweerder onderzoek heeft gedaan voorafgaand aan het besluit, is dit niet in het besluit vermeld, maar dit gebrek kan worden hersteld in het besluit op bezwaar.
De voorzieningenrechter concludeert dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs naar verwachting in stand zal blijven en dat er geen spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.