ECLI:NL:RBDHA:2015:2922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke brandstichting met levensgevaar en materiële schade
De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk stichten van brand in een woning aan de [straatnaam] 280 B te ’s-Gravenhage op 23 september 2014. Door het gebruik van spiritus ontstond een felle brand die oversloeg naar aangrenzende woningen, waarbij levensgevaar voor bewoners bestond en aanzienlijke materiële schade werd veroorzaakt.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor levensgevaar vanwege het ontbreken van een brandweeronderzoek, maar de rechtbank oordeelde dat het levensgevaar op basis van algemene ervaringsregels en bewijsmiddelen zoals e-mails van de brandweer en politie voldoende aannemelijk was. De brand ontstond laat in de avond toen bewoners aanwezig waren en leidde tot ontruiming van meerdere woningen.
Psychiatrische rapporten stelden dat verdachte leed aan ernstige alcoholverslaving, gokverslaving en een persoonlijkheidsstoornis, wat zijn toerekeningsvatbaarheid verminderde. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding van zijn problematiek.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van geestelijk letsel. Teruggave van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen werd gelast, terwijl andere voorwerpen in bewaring bleven. Het vonnis werd uitgesproken op 17 maart 2015.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor behandeling en begeleiding.