ECLI:NL:RBDHA:2015:2841
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië ondanks opvangtekort
Verzoeker, een 24-jarige alleenstaande man zonder gezondheidsklachten, diende een asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat ondanks een discrepantie tussen het aantal asielzoekers en de opvangcapaciteit in Italië, deze tekortkoming niet leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Verzoeker stelde dat hij bij terugkeer in Italië extreme armoede zou ervaren en mogelijk langdurig zonder voedsel zou zitten, wat niet werd ondersteund door beschikbare rapporten. Ook voerde hij aan dat de Nederlandse overheid onvoldoende rekening hield met zijn risicogroepstatus als Palestijn uit Libië en dat de recente cijfers over de instroom niet adequaat in het besluit waren verwerkt.
De voorzieningenrechter verwierp deze argumenten en bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat ervan uitgaat dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt. De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren dat Italië de rechten van verzoeker zou schenden en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.