ECLI:NL:RBDHA:2015:2665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar en juistheid voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2012
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2012, welke was vastgesteld op een belastbaar inkomen van €34.675. De aanslag was conform de door eiser ingediende aangifte opgelegd. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar is en het bezwaar tegen de definitieve aanslag te laat was ingediend.
De rechtbank heeft het bezwaar onderzocht en geoordeeld dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, gelet op artikel 9.5 lid 3 Wet IB en de bezwaartermijn van zes weken zoals opgenomen in artikel 6:7 Awb Pro. Daarnaast is vastgesteld dat de aanslag correct is vastgesteld conform de ingediende aangifte en de aanwezige inkomensgegevens.
Eiser heeft verder verzocht om ambtshalve vermindering, welke door verweerder is afgewezen. De rechtbank ziet geen reden om dit besluit te herzien. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. Postema op 10 maart 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de aanslag is ongegrond verklaard.