ECLI:NL:RBDHA:2015:223
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beklag tegen inbeslagname en teruggave paspoort
Klaagster diende een beklag in tegen de inbeslagname van haar oude paspoort, dat was ingenomen vanwege vermoedens dat zij tegen haar wil zou worden uitgehuwelijkt en naar Irak zou worden gestuurd. De officier van justitie gaf aan dat het paspoort op grond van de Politiewet was ingenomen, maar dat dit artikel mogelijk geen grondslag bood voor langdurige inbeslagname. Het paspoort werd uiteindelijk teruggegeven aan de gemeente Den Haag, de eigenaar, omdat klaagster inmiddels een nieuw paspoort had aangevraagd waardoor het oude ongeldig was geworden.
De rechtbank oordeelde dat klaagster geen belang meer had bij het beklag omdat het paspoort al was teruggegeven en ongeldig verklaard. De rechtbank overwoog dat de teruggave aan de gemeente, als eigenaar, redelijk en maatschappelijk niet onverantwoord was. Daarnaast is volgens de rechtbank geen mogelijkheid om na teruggave in rechte te laten vaststellen dat de inbeslagname onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en wees het verzoek van klaagster af. Hiermee bevestigde de rechtbank de rechtmatigheid van de teruggave en de inbeslagname van het oude paspoort.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beklag ongegrond omdat het oude paspoort ongeldig was en reeds aan de eigenaar is teruggegeven.