ECLI:NL:RBDHA:2015:2184
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende integrale geloofwaardigheidsbeoordeling
Verzoekster, afkomstig uit een conflictgebied, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning en werd afgewezen door verweerder vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van haar asielrelaas. Verzoekster stelde dat zij onderzoek deed in een vluchtelingenkamp en na een aanval dreigbrieven ontving. Verweerder achtte verschillende elementen ongeloofwaardig en wees de aanvraag af.
Tijdens de zitting overhandigde verzoekster nieuwe documenten die haar verhaal ondersteunden, waaronder een brief van een onderzoeksorganisatie die het incident bevestigde. Verweerder hield echter vast aan het oordeel dat onvoldoende aannemelijk was dat verzoekster nog steeds gevaar liep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de integrale geloofwaardigheidstoets niet correct had toegepast, omdat niet duidelijk was gemaakt hoe de verschillende elementen in samenhang waren gewogen. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en niet zorgvuldig. De rechtbank vernietigde het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende integrale en gemotiveerde geloofwaardigheidsbeoordeling.