ECLI:NL:RBDHA:2015:2128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning vanwege gevaar voor openbare orde en mvv-vereiste
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier onder de beperking 'humanitair niet-tijdelijk' en 'verblijf bij familie- of gezinslid' hebben afgewezen. De weigering is gebaseerd op een uitgevaardigd inreisverbod, het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het gevaar voor de openbare orde vanwege een eerdere veroordeling van eiser 1.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het beleid toepast waarbij een veroordeling voor een geweldsmisdrijf binnen tien jaar leidt tot afwijzing van de aanvraag wegens gevaar voor de openbare orde. Ook het mvv-vereiste is terecht toegepast, waarbij de rechtbank overweegt dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het belang van eisers bij het uitoefenen van hun gezinsleven. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en asielgerelateerde gronden leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeert dat de beroepen ongegrond zijn en verklaart deze af te wijzen. De verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn eerder afgewezen en de staatssecretaris heeft geen onrechtmatigheden begaan in de besluitvorming. De uitspraak is gedaan door rechter M. van den Brink op 2 maart 2015.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard.