ECLI:NL:RBDHA:2015:1857
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs oproep militaire dienst Oekraïne
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als reservist is opgeroepen voor militaire dienst in Oekraïne.
Verzoeker stelde dat hij in september 2014 een mobilisatieoproep ontving, maar deze uit angst niet meenam bij zijn uitreis. Hij voerde aan dat ex-militairen met voorrang worden opgeroepen en dat hij bij uitzending naar Oost-Oekraïne een reëel risico loopt op betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Tevens wees hij op prejudiciële vragen van het Bayerisches Verwaltungsgericht München die relevant zouden zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk is opgeroepen, mede omdat hij andere documenten wel meenam en zijn militaire boekje niet kon verklaren. Ook bleek uit overgelegde stukken geen eenduidige of algehele mobilisatie. De stelling dat alle ex-militairen zijn opgeroepen werd verworpen. De situatie in Oost-Oekraïne werd als zorgelijk erkend, maar niet als een situatie die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke oproep tot militaire dienst.