ECLI:NL:RBDHA:2015:1854
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid oproep militaire dienst en geloofwaardigheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij in Oekraïne vervolgd wordt vanwege betrokkenheid bij verkiezingsfraude en een oproep tot militaire dienst. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk is opgeroepen voor militaire dienst en zijn verhaal over vervolging en onderduiken niet geloofwaardig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn betrokkenheid bij verkiezingsfraude, zijn vertrek uit Oekraïne en het aanvragen van een Burgerservicenummer. Ook is de door verzoeker overgelegde oproep niet gedateerd, niet op naam gesteld en strookt niet met zijn verklaringen. Er is geen bewijs van een algehele mobilisatie in zijn regio en de situatie in Oost-Oekraïne vormt geen zodanig risico dat hij bescherming verdient.
Verder is het beroep op de prejudiciële vragen van het Bayerisches Verwaltungsgericht München niet relevant voor deze zaak. De staatssecretaris heeft voldoende onderzoek gedaan en voldaan aan zijn verplichtingen. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.